Liturgie Stille Week

In de Stille Week zijn er elke morgen bezinningsmomenten in de Plantagekerk. Om 7.00 uur, 7.45 uur en 8.45 uur. Hieronder vind je de liturgie en de teksten van die bezinninsgmomenten.

Als je de bezinningsmomenten niet bij kunt wonen, kun je misschien wel op een ander moment van de dag alleen of samen met anderen een bezinningsmoment hebben met behulp van onderstaande teksten. Veel zegen gewenst in de Stille Week!


Stille Week 2019 – maandag 15 april

De kaars aansteken

Woord van welkom

Lezing: Psalm 69:31-33

De naam van God wil ik loven met een ​lied,
zijn grootheid met een lofzang prijzen.
Dat behaagt de HEER meer dan offerdieren,
dan stieren met hun horens en hoeven.
De nederigen zien het en verheugen zich,
wie God zoeken, hun ​hart​ zal opleven.

Stilte (2 minuten)

Lezing Evangelie: Matteüs 26:1-15

1 Toen Jezus deze laatste rede had uitgesproken, zei hij tegen zijn ​leerlingen: 2 ‘Over twee dagen is het, zoals jullie weten, ​Pesach. Dan wordt de ​Mensenzoon​ uitgeleverd om gekruisigd te worden.’
3 Ondertussen kwamen de hogepriesters en de oudsten van het volk bijeen in het paleis van de ​hogepriester, Kajafas. 4 Daar beraamden ze het plan om Jezus door middel van een list gevangen te nemen en hem te doden. 5 ‘Maar niet op het feest,’ zeiden ze, ‘want dan komt het volk in opstand.’
6-7 Toen Jezus in Betanië in het huis van Simon – degene die aan huidvraat had geleden – aanlag voor een maaltijd, kwam er een vrouw naar hem toe. Ze had een albasten flesje met zeer kostbare olie bij zich en goot die uit over zijn hoofd. 8 De ​leerlingen​ ergerden zich toen ze dit zagen en zeiden: ‘Wat een verspilling! 9 Die olie had immers duur verkocht kunnen worden, dan hadden we het ​geld​ aan de armen kunnen geven.’ 10 Jezus hoorde het en zei: ‘Waarom vallen jullie deze vrouw lastig? Zij heeft iets goeds voor mij gedaan. 11 Want de armen zijn altijd bij jullie, maar ik zal niet altijd bij jullie zijn. 12 Door die olie over mij uit te gieten, heeft ze mijn lichaam voorbereid op het ​graf. 13 Ik verzeker jullie: waar ook ter wereld het goede nieuws verkondigd zal worden, zal ter herinnering aan haar verteld worden wat zij heeft gedaan.’
14 Daarop ging een van de twaalf, die met de naam Judas Iskariot, naar de hogepriesters 15 en zei: ‘Wat krijg ik van u als ik hem aan u uitlever?’ Ze betaalden hem dertig zilverstukken. 16 Vanaf dat moment zocht hij een gunstige gelegenheid om hem uit te leveren.
17 Op de eerste dag van het ​feest van het Ongedesemde brood​ kwamen de ​leerlingen​ naar Jezus toe en vroegen: ‘Waar wilt u dat wij voorbereidingen treffen zodat u het pesachmaal kunt eten?’ 18 Hij zei: ‘Ga naar de stad en zeg tegen de persoon die jullie bekend is: “De meester zegt: ‘Mijn tijd is nabij, bij jou wil ik met mijn ​leerlingen​ het pesachmaal gebruiken.’”’ 19 De ​leerlingen​ deden wat Jezus hun had opgedragen en bereidden het pesachmaal.
20 Toen de avond was gevallen, lag hij samen met de twaalf aan voor de maaltijd. 21 Onder het eten zei hij tegen hen: ‘Ik verzeker jullie: een van jullie zal mij uitleveren.’ 22 Dit bedroefde hen zeer, en de een na de ander vroegen ze hem: ‘Ik toch niet, ​Heer?’ 23 Hij antwoordde: ‘Hij die samen met mij zijn brood in de kom doopte, die zal mij uitleveren. 24 De ​Mensenzoon​ zal heengaan zoals over hem geschreven staat, maar wee de mens door wie de ​Mensenzoon​ uitgeleverd wordt: het zou beter voor hem zijn als hij nooit geboren was.’ 25 Toen zei ​Judas, die hem zou uitleveren: ‘Ik ben het toch niet, ​rabbi?’ Jezus antwoordde: ‘Jij zegt het.’

Stilte (4 minuten)

Gebed

Lied: Kerkboek Gezang 79

Waarom verliet die Koning
zijn troon in heerlijkheid,
koos Hij bij ons zijn woning:
een mens in dienstbaarheid?
De Vader zag bewogen
de wereld in haar nood:
zijn Zoon kwam uit de hoge
tot redding van de dood.

Op weg met een woord over de liefde: 1 Korintiërs 13:3

Al verkocht ik mijn bezittingen omdat ik voedsel aan de armen wilde geven, al gaf ik mijn lichaam prijs en kon ik daar trots op zijn – had ik de ​liefde​ niet, het zou mij niet baten.


Stille Week 2019 – dinsdag 16 april

De kaars aansteken

Woord van welkom

Lezing: Psalm 143:9-11

Verlos mij van mijn vijanden, HEER,
bij u zoek ik bescherming.
Leer mij uw wil te volbrengen,
u bent mijn God,
laat uw goede geest mij leiden
over geëffende grond.
Houd mij in leven, HEER, tot ​eer​ van uw naam,
leid mij uit de verdrukking, door uw ​gerechtigheid.

Stilte (2 minuten)

Lezing Evangelie: Matteüs 26:36-56

36 Vervolgens ging Jezus met zijn ​leerlingen​ naar een plek die ​Getsemane​ genoemd werd. Hij zei: ‘Blijven jullie hier zitten, ik ga daar ​bidden.’ 37 Hij nam ​Petrus​ en de twee zonen van Zebedeüs met zich mee. Toen hij zich bedroefd en angstig voelde worden, 38 zei hij tegen hen: ‘Ik voel me dodelijk bedroefd; blijf hier met mij waken.’ 39 Hij liep nog een stukje verder, knielde toen en bad diep voorovergebogen: ‘Vader, als het mogelijk is, laat deze ​beker​ dan aan mij voorbijgaan! Maar laat het niet gebeuren zoals ik het wil, maar zoals u het wilt.’ 40 Hij liep terug naar de ​leerlingen​ en zag dat ze lagen te slapen. Hij zei tegen ​Petrus: ‘Konden jullie niet eens één uur met mij waken? 41 Blijf wakker en ​bid​ dat jullie niet in beproeving komen; de geest is wel gewillig, maar het lichaam is zwak.’ 42 Voor de tweede maal liep hij van hen weg en bad: ‘Vader, als het niet mogelijk is dat deze ​beker​ aan mij voorbijgaat zonder dat ik eruit drink, laat het dan gebeuren zoals u het wilt.’ 43 Toen hij terugkwam, zag hij dat ze weer sliepen, want ze waren door vermoeidheid overmand. 44 Hij liet hen achter, liep opnieuw wat verder en bad voor de derde maal, met dezelfde woorden als daarvoor. 45 Daarna voegde hij zich weer bij de ​leerlingen​ en zei: ‘Liggen jullie daar nog steeds te slapen en te rusten? En dat terwijl het ogenblik nabij is waarop de ​Mensenzoon​ wordt uitgeleverd aan zondaars. 46 Sta op, laten we gaan; kijk, hij die mij uitlevert, is al vlakbij.’
47 Nog voor hij uitgesproken was, kwam Judas eraan, een van de twaalf, in gezelschap van een grote, met ​zwaarden​ en ​knuppels​ bewapende bende, die door de hogepriesters en de oudsten van het volk was gestuurd. 48 Met hen had zijn verrader een teken afgesproken. ‘Degene die ik kus,’ had hij gezegd, ‘die is het, die moet je gevangennemen.’ 49 Hij liep recht op Jezus af, zei: ‘Gegroet, ​rabbi!’ en kuste hem. 50 Jezus zei tegen hem: ‘Vriend, ben je daarvoor gekomen?’ Daarop kwam de bende naderbij, ze grepen Jezus vast en namen hem gevangen. 51 Nu greep een van Jezus’ metgezellen naar zijn ​zwaard. Hij trok het, haalde uit en sloeg de dienaar van de ​hogepriester​ een oor af. 52 Daarop zei Jezus tegen hem: ‘Steek je ​zwaard​ terug op zijn plaats. Want wie naar het ​zwaard​ grijpt, zal door het ​zwaard​ omkomen. 53 Weet je niet dat ik mijn Vader maar te hulp hoef te roepen en dat hij mij dan onmiddellijk meer dan twaalf legioenen ​engelen​ ter beschikking zou stellen? 54 Maar hoe zouden dan de Schriften in vervulling gaan, waar staat dat het zo moet gebeuren?’ 55 Toen zei Jezus tegen de omstanders: ‘Met ​zwaarden​ en ​knuppels​ bent u uitgetrokken om mij te arresteren, alsof ik een misdadiger ben! Dagelijks was ik in de ​tempel​ om onderricht te geven, en toen hebt u me niet gevangengenomen. 56 Maar dit alles gebeurt opdat de geschriften van de profeten in vervulling gaan.’ Daarop lieten alle ​leerlingen​ hem in de steek en vluchtten weg.

Stilte (4 minuten)

Gebed

Lied: Liedboek Gezang 473

Neem mijn leven, laat het, Heer,
toegewijd zijn aan uw eer.
Maak mijn uren en mijn tijd
tot uw lof en dienst bereid.

Jezus in de tuin alleen,
huilde bitter, bloed verscheen.
Toch was U hem daar nabij.
‘k Wil Uw wil doen, dat zei Hij.

Op weg met een woord over de liefde: 1 Korintiërs 13:6-7

De liefde verheugt zich niet over het ​onrecht​ maar vindt vreugde in de waarheid. Alles verdraagt ze, alles gelooft ze, alles hoopt ze, in alles volhardt ze.


Stille Week 2019 – woensdag 17 april

De kaars aansteken

Woord van welkom

Lezing: Psalm 25:2-4

Mijn God, op u vertrouw ik, maak mij niet te schande,
laat mijn vijanden niet triomferen.
Zij die op u hopen worden niet beschaamd,
beschaamd worden zij die u achteloos verraden.
Maak mij, HEER, met uw wegen vertrouwd,
leer mij uw paden te gaan.

Stilte (2 minuten)

Lezing Evangelie: Matteüs 26:57-75

57 Zij die Jezus gevangengenomen hadden, leidden hem voor aan Kajafas, de ​hogepriester​ bij wie de ​schriftgeleerden​ en de oudsten bijeengekomen waren. 58 Petrus​ volgde hem op een afstand tot op de binnenplaats van het paleis van de ​hogepriester; daar ging hij tussen de knechten zitten om te zien hoe het zou aflopen. 59 De hogepriesters en het hele ​Sanhedrin​ probeerden een valse getuigenverklaring tegen Jezus te laten afleggen op grond waarvan ze hem ter dood zouden kunnen veroordelen, 60 maar ze vonden er geen, hoewel zich vele valse getuigen meldden. Ten slotte meldden er zich twee 61 die zeiden: ‘Die man heeft gezegd: “Ik kan de ​tempel​ van God afbreken en in drie dagen weer opbouwen.”’ 62 De ​hogepriester​ stond op en vroeg hem: ‘Waarom antwoordt u niet? U hoort toch wat deze getuigen zeggen?’ 63 Maar Jezus bleef zwijgen. De ​hogepriester​ zei: ‘Ik bezweer u bij de levende God, zeg ons of u de ​messias​ bent, de ​Zoon van God.’ 64 Jezus antwoordde: ‘U zegt het. Maar ik zeg tegen u allen hier: vanaf nu zult u de ​Mensenzoon​ zien zitten aan de rechterhand van de Machtige en hem zien komen op de wolken van de hemel.’ 65 Hierop ​scheurde​ de ​hogepriester​ zijn ​kleren​ en hij riep uit: ‘Hij heeft God gelasterd! Waarvoor hebben we nog getuigen nodig? Nu hebt u met eigen oren gehoord hoe hij God lastert. 66 Wat denkt u?’ Ze antwoordden: ‘Hij is schuldig en verdient de ​doodstraf!’ 67 Daarop spuwden ze hem in het gezicht en sloegen hem. Anderen stompten hem 68 en zeiden: ‘Profeteer dan maar eens voor ons, ​messias, wie is het die je geslagen heeft?’
69 Petrus​ zat buiten, op de binnenplaats. Er kwam een dienstmeisje naar hem toe, dat zei: ‘Jij hoorde ook bij die Jezus uit Galilea!’ 70 Maar hij ontkende dat met klem, zodat allen het konden horen: ‘Ik weet niet waar je het over hebt.’ 71 Toen hij wilde weggaan naar het ​poortgebouw, zag een ander meisje hem. Ze zei tegen de omstanders: ‘Die man hoorde bij Jezus van ​Nazaret!’ 72 En opnieuw ontkende hij en zwoer: ‘Echt, ik ken de man niet!’ 73 Even later kwamen de omstanders naar ​Petrus​ toe, ze zeiden: ‘Jij bent wel degelijk een van hen, trouwens, je accent verraadt je.’ 74 Daarop begon hij te vloeken en hij bezwoer hun: ‘Ik ken die man niet!’ En meteen kraaide er een haan. 75 Toen herinnerde ​Petrus​ zich wat Jezus gezegd had: ‘Voordat er een haan gekraaid heeft, zul je mij driemaal verloochenen.’ Hij ging naar buiten en huilde bitter.

Stilte (4 minuten)

Gebed

Lied: Kerkboek Gezang 89

Gij, o Jezus, hebt gedragen
lasteringen, spot en hoon,
zijt gebonden en geslagen,
Gij, des Vaders eigen Zoon,
om van schuld en eeuwig lijden
mij, verloorne, te bevrijden
Duizend-, duizendmaal, o Heer,
zij U daarvoor dank en eer.

Dank, mijn Heiland, voor uw lijden,
voor uw bittre bange nood,
voor uw heilig, biddend strijden,
voor uw trouw tot in de dood
Voor de wonden, U geslagen,
voor het kruis, door U gedragen,
voor al ‘t heil aan mij geschied,
prijst U eeuwiglijk mijn lied.

Op weg met een woord over de liefde: Romeinen 12:9-10

Laat uw ​liefde​ oprecht zijn. Verafschuw ​het kwaad​ en wees het goede toegedaan. Heb elkaar lief met de innige ​liefde​ van broeders en zusters en acht de ander hoger dan uzelf.


Stille Week 2019 – Witte Donderdag 18 april

De kaars aansteken

Woord van welkom

Lezing: Psalm 72:13-15

Hij ontfermt zich over weerlozen en armen,
wie arm is, redt hij het leven.
Hij verlost hen van onderdrukking en geweld,
hun ​bloed​ is kostbaar in zijn ogen.
Leve de ​koning! Men zal hem goud van Seba schenken,
zonder ophouden voor hem ​bidden,
hem ​zegen​ toewensen, dag aan dag.

Stilte (2 minuten)

Lezing Evangelie: Matteüs 27:11-31

11 Toen ​Jezus​ voor de ​prefect​ stond, stelde deze hem de vraag: ‘Bent u de ​koning​ van de ​Joden?’ ​Jezus​ zei: ‘U zegt het.’ 12 Maar op de beschuldigingen die de hogepriesters en oudsten tegen hem inbrachten, antwoordde hij niet één keer. 13 Daarop zei ​Pilatus​ tegen hem: ‘Hoort u niet wat deze getuigen allemaal tegen u inbrengen?’ 14 Hij gaf op geen enkele beschuldiging enig weerwoord, wat de ​prefect​ zeer verwonderde.
15 Nu had de ​prefect​ de gewoonte om op elk pesachfeest één gevangene vrij te laten, en die door het volk te laten kiezen. 16 Er zat toen een beruchte gevangene vast, die Jezus Barabbas genoemd werd. 1 7En dus vroeg ​Pilatus​ hun, toen ze daar waren samengestroomd: ‘Wie wilt u dat ik vrijlaat, Jezus Barabbas of Jezus die de ​messias​ wordt genoemd?’ 18 Hij wist namelijk dat ze hem uit afgunst hadden uitgeleverd. 19 Terwijl hij op de rechterstoel zat, werd hem een boodschap van zijn vrouw gebracht: ‘Laat je niet in met die rechtvaardige! Om hem heb ik namelijk vannacht in een ​droom​ veel moeten doorstaan.’ 20 Ondertussen haalden de hogepriesters en de oudsten het volk over: ze moesten om Barabbas vragen, en ​Jezus​ laten doden. 21 Weer nam de ​prefect​ het woord en hij vroeg opnieuw: ‘Wie van de twee wilt u dat ik vrijlaat?’ ‘Barabbas!’ riepen ze. 22 Pilatus​ vroeg hun: ‘Wat moet ik dan doen met ​Jezus​ die de ​messias​ wordt genoemd?’ Allen antwoordden: ‘Aan het ​kruis​ met hem!’ 23 Hij vroeg: ‘Wat heeft hij dan misdaan?’ Maar ze schreeuwden alleen maar harder: ‘Aan het ​kruis​ met hem!’ 24 Toen ​Pilatus​ inzag dat zijn tussenkomst nergens toe leidde, dat het er integendeel naar uit zag dat men in opstand zou komen, liet hij water brengen, waste ten overstaan van de menigte zijn handen en zei: ‘Ik ben onschuldig aan de dood van deze man. Zie het zelf maar op te lossen.’ 25 En heel het volk antwoordde: ‘Laat zijn bloed óns dan maar worden aangerekend, en onze ​kinderen!’ 26 Daarop liet ​Pilatus​ Barabbas vrij, maar ​Jezus​ leverde hij uit om gekruisigd te worden, nadat hij hem eerst nog had laten ​geselen.
27 De ​soldaten​ van de ​prefect​ namen ​Jezus​ mee naar het ​pretorium​ en verzamelden de hele ​cohort​ om hem heen. 28 Ze kleedden hem uit en deden hem een scharlakenrode ​mantel​ om, 29 ze vlochten een ​kroon​ van doorntakken en zetten die op zijn hoofd. Ze gaven hem een rietstok in zijn rechterhand en vielen voor hem op de knieën. Spottend zeiden ze: ‘Gegroet, ​koning​ van de ​Joden,’ 30 en ze spuwden op hem, pakten hem de rietstok weer af en sloegen hem tegen het hoofd. 31 Nadat ze hem zo hadden bespot, trokken ze hem de ​mantel​ uit, deden hem zijn ​kleren​ weer aan en leidden hem weg om hem te ​kruisigen.

Stilte (4 minuten)

Gebed

Lied: Kerkboek Gezang 123

Gods oordeel heeft Hij moeten ondergaan,
als onze Middelaar, de Christus;
Hij heeft als offerlam gestaan
voor rechter Pontius Pilatus.
Hij leed aan ‘t kruis, door God vervloekt,
schonk leven door zijn kostbaar bloed.
Hij stierf voor ons en werd begraven;
met helse smart heeft Hij betaald.
Nu zal ik zonden steeds meer haten,
zie hoe het eeuwig leven straalt.

Op weg met een woord over de liefde: 1 Tessalonicenzen 5:8-9

Laten wij, die toebehoren aan de dag, op onze hoede zijn, omgord met het ​harnas​ van geloof en ​liefde, en getooid met de ​helm​ van de hoop op redding. Want Gods bedoeling met ons is niet dat wij veroordeeld worden, maar dat wij gered worden door onze ​Heer​ Jezus ​Christus.


Stille Week 2019 – Goede Vrijdag 19 april

De kaars aansteken

Woord van welkom

Lezing: Psalm 22:2-4

Mijn God, mijn God,
waarom hebt u mij verlaten?
U blijft ver weg en redt mij niet,
ook al schreeuw ik het uit.
Mijn God!’ roep ik
overdag, en u antwoordt niet,
’s nachts, en ik vind geen rust.
U bent de ​Heilige,
die op Israëls lofzangen troont.

Stilte (2 minuten)

Lezing Evangelie: Matteüs 27:32-56

32 Bij het verlaten van het ​pretorium​ troffen ze een man uit Cyrene die Simon heette, en hem dwongen ze het ​kruis​ te dragen. 33 Zo kwamen ze bij de plek die Golgota genoemd werd, wat ‘schedelplaats’ betekent. 34 Ze gaven ​Jezus​ met gal vermengde ​wijn, maar toen hij die geproefd had, weigerde hij ervan te drinken. 35 Nadat ze hem gekruisigd hadden, verdeelden ze zijn ​kleren​ onder elkaar door erom te dobbelen, 36en ze bleven daar zitten om hem te bewaken. 37 Boven zijn hoofd bevestigden ze de aanklacht, die luidde: ‘Dit is ​Jezus, de ​koning​ van de ​Joden’. 38 Daarna werden er naast hem twee misdadigers gekruisigd, de een rechts van hem, de ander links. 39 De voorbijgangers keken hoofdschuddend toe en dreven de spot met hem: 40 ‘Jij was toch de man die de ​tempel​ kon afbreken en in drie dagen weer opbouwen? Als je de ​Zoon van God​ bent, red jezelf dan maar en kom van dat ​kruis​ af!’ 41 Ook de hogepriesters, de ​schriftgeleerden​ en de oudsten maakten zulke spottende opmerkingen: 42 ‘Anderen heeft hij gered, maar zichzelf redden kan hij niet. Hij is toch ​koning​ van Israël, laat hij dan nu van het ​kruis​ afkomen, dan zullen we in hem geloven. 43 Hij heeft zijn vertrouwen in God gesteld, laat die hem nu dan redden, als hij hem tenminste goedgezind is. Hij heeft immers gezegd: “Ik ben de ​Zoon van God.”’ 44 Precies zo beschimpten hem de misdadigers die samen met hem gekruisigd waren.
45 Rond het middaguur viel er duisternis over het hele land, die drie uur aanhield. 46 Aan het einde daarvan, in het negende uur, gaf ​Jezus​ een schreeuw en riep luid: ‘Eli, Eli, lema sabachtani?’ Dat wil zeggen: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?’ 47 Toen de omstanders dat hoorden, zeiden enkelen van hen: ‘Hij roept om ​Elia!’ 48 Meteen kwam er uit hun midden iemand toegesneld die een spons pakte en in zure ​wijn​ doopte. Hij stak de spons op een stok en probeerde hem te laten drinken. 49 De anderen zeiden: ‘Niet doen, laten we eens kijken of ​Elia​ hem komt redden.’ 50 Nog eens schreeuwde ​Jezus​ het uit, toen gaf hij de geest. 51 Op dat moment scheurde in de ​tempel​ het voorhangsel van boven tot onder in tweeën, en de aarde beefde en de rotsen spleten. 52 De graven werden geopend en de lichamen van veel gestorven ​heiligen​ werden tot leven gewekt; 53 na ​Jezus’ opstanding kwamen ze uit de graven, gingen de ​heilige​ stad binnen en maakten zich bekend aan een groot aantal mensen. 54 Toen de ​centurio​ en degenen die met hem ​Jezus​ bewaakten de aardbeving voelden en merkten wat er gebeurde, werden ze door een hevige angst overvallen en zeiden: ‘Hij was werkelijk Gods Zoon.’
55 Vele vrouwen, die ​Jezus​ vanuit Galilea gevolgd waren om voor hem te zorgen, stonden van een afstand toe te kijken. 56 Onder hen bevonden zich ​Maria​ uit Magdala, ​Maria​ de moeder van Jakobus en Josef, en de moeder van de zonen van Zebedeüs.

Stilte (4 minuten)

Gebed

Lied: Kerkboek Gezang 155

Ja, amen! Ja,
op Golgota
stierf Hij voor onze zonden,
en door zijn bloed
wordt ons gemoed
gereinigd van de zonden.

Op weg met een woord over de liefde: Romeinen 5:8-9

Maar God bewees ons zijn ​liefde​ doordat ​Christus​ voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren. Des te zekerder is het dus dat wij, nu we door zijn dood zijn vrijgesproken, dankzij hem zullen worden gered en niet veroordeeld.


Stille Week 2019 – Stille Zaterdag 20 april

De kaars aansteken

Woord van welkom

Lezing: Psalm 30:2-4

Hoog wil ik u prijzen, HEER, want u hebt mij gered
en mijn vijand geen reden gegeven tot vreugde.
HEER, mijn God, ik riep tot u
om hulp en u hebt mij genezen.
HEER, u trok mij uit het dodenrijk omhoog,
ik daalde af in het ​graf, maar u hield mij in leven.

Stilte (2 minuten)

Lezing Evangelie: Matteüs 27:57-66

57 Toen de avond gevallen was, arriveerde er een rijke man die uit Arimatea afkomstig was. Hij heette ​Josef​ en was ook een ​leerling​ van ​Jezus​ geworden. 58 Hij meldde zich bij ​Pilatus​ en vroeg hem om het lichaam van ​Jezus. Hierop gaf ​Pilatus​ bevel het aan hem af te staan. 59 Josef​ nam het lichaam mee, wikkelde het in zuiver ​linnen​ 60 en legde het in het nieuwe rotsgraf dat hij voor zichzelf had laten uithouwen. Toen rolde hij een grote steen voor de ingang van het ​graf​ en vertrok. 61 Maria​ uit Magdala​ en de andere ​Maria​ bleven achter, ze waren tegenover het ​graf​ gaan zitten.
62 De volgende dag, dus na de voorbereidingsdag, gingen de hogepriesters en de ​farizeeën​ samen naar ​Pilatus. 63 Ze zeiden tegen hem: ‘Heer, het schoot ons te binnen dat die bedrieger, toen hij nog leefde, gezegd heeft: “Na drie dagen zal ik uit de dood opstaan.” 64 Geeft u alstublieft bevel om het ​graf​ tot de derde dag te bewaken, anders komen zijn ​leerlingen​ hem heimelijk weghalen en zullen ze tegen het volk zeggen: “Hij is ​opgestaan​ uit de dood,” en die laatste leugen zal nog erger zijn dan de eerste.’ 65 Pilatus​ antwoordde: ‘U kunt bewaking krijgen. Ga nu en regel het zo goed als u kunt.’ 66 Ze gingen erheen en beveiligden het ​graf​ door het te verzegelen en er bewakers voor te zetten.

Stilte (4 minuten)

Gebed

Lied: Psalm 62

Wees stil, mijn ziel, keer u tot God.
Voorwaar, Hij is mijn vaste rots,
van Hem blijf ik mijn heil verwachten.
Alleen bij Hem is hulp in nood,
Hij is mijn burcht, zijn macht is groot,
ik wankel niet, Hij schenkt mij krachten.

Op weg met een woord over de liefde: Efeziërs 4:2-3

Wees steeds bescheiden, zachtmoedig en geduldig, en verdraag elkaar uit ​liefde. Span u in om door de samenbindende kracht van de ​vrede​ de eenheid te bewaren die de Geest u geeft.

Waar vind je ons

Plantagekerk Zwolle
Ter Pelkwijkstraat 17
8011 SE Zwolle
  

Kom kennismaken! Routebeschrijving

Waar vind je ons

Plantagekerk Zwolle
Ter Pelkwijkstraat 17
8011 SE Zwolle

Kom kennismaken! Routebeschrijving