Het land van de levenden

Gespreksvragen:

  1. Wie mis jij vandaag? Wat is je mooiste herinering aan hem of haar?
  2. Lees Psalm 27. Wat vind jij het mooiste vers uit Psalm 27? Waar komt dat door?
  3. Lees de tekst van het lied ‘De mensen die we missen’ of luister het lied. Welke zin raakt je het meest?
  4. Woon jij in ‘het land van de levenden’?

Overdenking op Eeuwigheidszondag 2022

Lezen: Psalm 27

Ik heb het mensen vaak horen zeggen. In pastorale gesprekken. Rond ziekte en sterven. Als we stilstaan bij de pijn van een lege plaats. En misschien heb jij het ook wel eens gezegd:

‘Ik had het nooit gered als ik mijn geloof niet had gehad.’ 

Herken je daar iets van? Misschien kijk je vandaag terug op een heel moeilijke tijd in je leven. Gestempeld door zorg en onzekerheid. Misschien zit je er wel midden in: een tijd van ziekte en niet weten hoe het verder gaat. Of je maakt het van heel nabij mee. Of je doolt rond in het land van de rouw. De ene dag gaat het best goed. De andere dag loop je weer vast.

‘Als ik God niet had, als ik mijn geloof niet had, dan wist ik echt niet waar ik het moest zoeken.’ 

Herken je daar iets van?

Het is de toon van Psalm 27. Een Psalm waarin het geloof, de verwachting, de hoop een grote rol spelen. En ook het zoeken naar God. En soms niet kunnen vinden. En toch geloven dat je gevonden bent. 

Psalm 27 is een lied van David van eeuwen geleden dat ons vandaag helpt om woorden te vinden in tijden van verdriet, momenten waarop de dood dichtbij is. Ik werd bij het lezen van de Psalm vooral getroffen door de bijna laatste zin.

“Mag ik niet verwachten
de goedheid van de HEER te zien
in het land van de levenden?”

Eigenlijk is die zin onaf. Een soort van uitroep, open naar het einde toe, hoopvol terwijl toch recht wordt gedaan aan de moeilijke situatie:

“Als ik niet geloofde
het goede van de HEER te zullen zien
in het land van de levenden…!”

Zie je het voor je? Dat David daar staat, met alle moeite en tegenslag die er waren, met zijn handen omhoog:

“Als ik niet geloofde
het goede van de HEER te zullen zien
in het land van de levenden…!”

“Zo ik niet had geloofd, dat in dit leven
Mijn ziel Gods gunst en hulp genieten zou.
Mijn Gód, waar was mijn hoop, mijn moed, gebleven?”

Als je vandaag weer extra de leegte voelt van de mensen die we missen, van die ene mens, van wie je zoveel hield. Die ene mens die zoveel vreugde in je leven gaf. Die ene mens. En je noemt zachtje zijn of haar naam.

Ja, wat dan? Wat zou je dan moeten? Dan was er alleen maar de grote leegte, alleen maar de diepe dood, alleen maar een tunnel zonder licht aan het einde.

“Het land van de levenden.”

Dat trof me vooral. Wat is dat: het land van de levenden? Waar is dat? Woon ik in dat land van de levenden? Als je rondloopt op een begraafplaats, dan weet je: dit is het land van de doden. Het is er stil. Allemaal namen van mensen die gemist worden, in steen gebeiteld. 

Maar als je dan weer van de begraafplaats, dat land van de doden af loopt, het gewone alledaagse leven in, bevind je je dan in het land van de levenden? Of is dat niet zo vanzelfsprekend? Wat is dat voor land?

David is op zoek naar dat land van de levenden. Hij zoekt taal. Hij zoekt woorden en zinnen. En hoe mooi is het om de zinnen die hij vond nu te ontvangen, of te ontvangen op momenten dat je zelf geen woorden en zinnen hebt. Als je alleen maar kunt zuchten. Met misschien nog maar één woord. Waarom?

Hij begint – en ik stel me toch maar even voor dat hij een moeilijke tijd doormaakt, met veel tegenstand en tegenslag, de dood nooit ver weg, oorlog in de wereld, oorlog in je ziel – hij begint hoopvol gestemd:

“De HEER is mijn licht, mijn behoud,
wie zou ik vrezen?
Bij de HEER is mijn leven veilig,
voor wie zou ik bang zijn?”

Hij praat zichzelf om zo te zeggen de put uit. Misschien wel tegen zijn directe ervaring in: De HEER is mijn licht, de HEER is mijn behoud, de HEER is mijn veiligheid. 

Je bent in het land van de levenden als je je je steeds opnieuw richt tot de levende God. 

In het land van de levenden vraag je één ding, eerst dit: 

“Wonen in het huis van de HEER,
alle dagen van mijn leven,
om de liefde van de HEER te aanschouwen.”

Het land van de levenden is het land van de liefde. Jezus gebruikt er deze uitdrukking voor: koninkrijk van God, land van de liefde, land van de levenden, land van de Geest die levend maakt.

En zo is er ook het gebed van David, de vraag, de smeekbede die we op voelen komen als we ziek zijn, als we oog in oog staan met de dood:

“Hoor mij, HEER, als ik tot U roep,
wees genadig en antwoord mij.”

En dan is daar ook de echo. De echo van Gods stem in je leven. Hoe bijzonder is dat. Dat leer je in het land van de levenden:

“Mijn hart zegt U na:
‘Zoek mijn nabijheid!’
Uw nabijheid, HEER, wil ik zoeken.”

En zo is er nog meer wat David ons aanreikt, woorden en zinnen, te veel om nu bij alles stil te staan. Neem vandaag nog ergens tijd om die Psalm ook zelf nog eens te lezen. Hardop. Langzaam. Verlangend op weg naar het einde van de Psalm.

“Mag ik niet verwachten
de goedheid van de HEER te zien
in het land van de levenden?”

Ja, dat mag je verwachten.

Als je woont in het land van de levenden, als meebeweegt met de Geest van dat koninkrijk waar Jezus altijd over sprak, als je uitstrekt naar plekken en ontmoetingen waar de liefde stroomt, de liefde van God en van mensen – dan mag je precies dát verwachten: dat je ondanks verdriet en gemis en pijn de goedheid van de HEER ziet.

— 

Psalm 27 gaat al vele eeuwen mee. Er zijn ook nieuwe liederen, soms nog maar een paar maanden oud. De bekende band Sela kwam met een nieuw lied, speciaal voor de Eeuwigheidszondag, de dag waarop we mensen missen. We missen ze natuurlijk vaker dan alleen vandaag. Maar hoe goed is het om nu echt ruimte te hebben voor dat missen omdat we daar soms ook gewoon niet zo goed aan toe komen.

En als dat lied zometeen tot klinken komt, dan hebben we al luisterend even alle ruimte voor dat gemis. Het even een moment weer echt toelaten. Omdat dat goed is voor je ziel. Niet gemakkelijk, maar wel goed. En omdat het je helpt om te doen waar het in Psalm 27 gaat: wonen in het land van de levenden als de ruimte waar je je steeds weer richt op de levende God.

En deze woorden, die zo in het lied tot klinken komen, kunnen jouw woorden worden, dit gebed wordt jouw gebed:

“God, U kent de namen van de mensen die we missen;
geliefden, die zo hoorden bij ons leven, elke dag.”

“We danken voor hun leven; we komen hen weer tegen.
God, U bent de Vader van het leven, voor altijd.”

Waar vind je ons

Plantagekerk Zwolle
Ter Pelkwijkstraat 17
8011 SE Zwolle
  

Kom kennismaken! Routebeschrijving

Waar vind je ons

Plantagekerk Zwolle
Ter Pelkwijkstraat 17
8011 SE Zwolle

Kom kennismaken! Routebeschrijving