Skip to main content

Preek | Kun je de beker drinken?

Preek zondag 10 maart 2024 (over Marcus 14:32-42)

Preek

A

Ik heb hier een paar bekers neergezet zodat we het nog wat concreter voor ons zien: een beker waaruit je kunt drinken. Ze staan vandaag even voor de beker waar Jezus over spreekt. De beker die Hij zelf moet drinken. En de beker die zijn volgelingen moeten drinken. 

Wat zit er in die beker? Die beker waar Jezus over spreekt als Hij zegt: ‘Kun je de beker drinken?’ Daar staan we bij stil vanmorgen nu we in deze veertigdagentijd steeds dichter bij Goede Vrijdag komen en ook bij Pasen. We ontdekken hoe dat met onze eigen concrete leven te maken heeft. Want de beker staat voor de beproevingen die in ons leven komen, de moeilijke dingen die er zijn, het verdriet, het lijden, de pijn.

B

Ik heb afgelopen week wat tijd genomen om alle namen van de gemeenteleden van de Plantagekerk op me in te laten werken. Dat kan eenvoudig via Plantagenet waar je de ledenlijst vindt. Allemaal namen, allemaal mensenlevens – en als je daar naar kijkt met de vraag in je hart: ‘Wat speelt er aan lijden en verdriet en tegenslag in al deze mensenlevens’, dan kom je heel veel tegen. 

Ik zie vrouwen en mannen die alleen door het leven gaan terwijl ze zo graag iemand zouden willen hebben om het leven mee te delen. Ik zie mensen die rouwen omdat hun man of vrouw is overleden of van wie een kind is gestorven. Ik zie mensen die worstelen met depressies en angsten. Ik zie mensen die zich overweldigd voelen door de eisen die het leven aan hen stelt in het werk of in het gezin. Ik zie mensen die worstelen om in hun huwelijk verbonden te blijven maar het is zo moeilijk. Ik zie mensen die gescheiden zijn en ik zie hun kinderen en alle pijn die er is. Ik zie mensen die leven met een handicap waardoor het leven heel beperkt is en ik zie de mensen die dagelijks voor hen zorgen. Ik zie mensen die te horen hebben gekregen dat ze kanker hebben en dat er geen genezing meer mogelijk is en ik zie mensen die ook kanker hebben maar waar een hele lange weg van behandeling gaat volgen. Ik zie mensen die chronisch vermoeid zijn en steeds weer tegen hun grenzen aanlopen. Ik zie breuken in gezinnen, waar geen contact meer is tussen ouders en kinderen of broers en zussen. Ik zie mensen die worstelen met hun seksuele geaardheid of ook met hoe mensen om hen heen daarop reageren. Ik zie ook mensen die worstelen met verslavingen, die gevangen zitten in een vicieuze cirkel van pijn en schaamte. Ik zie mensen die het financieel moeilijk hebben. Ik zie mensen die zich eenzaam voelen, omringd door mensen maar toch alleen. 

Jullie begrijpen dat ik zo nog een hele tijd kan doorgaan. En er is ook nog veel wat we niet van elkaar weten. Hoe gaan we om met al die pijn en tegenslagen en beproevingen. En wat betekent het dan als je de vraag krijgt: ‘Kun je de beker drinken?’

We proberen daar samen een antwoord op te zoeken. En dan is het eerst belangrijk om naar Jezus te kijken.

C

We ontmoeten Hem vanmorgen in de tuin, Getsémane. Het leven van Jezus, dat zo vol was van wijsheid en genade, van genezingen en bevrijdingen, van nederigheid en zachtmoedigheid – dat leven loopt uit op een lijdensweg. De leiders van het volk konden het niet verdragen, dat Jezus was wie Hij was: Zoon van God. Ze wilden van Hem af. Dat is een meer menselijk perspectief op wat er gebeurt met Jezus: Hij was een sta in de weg, een bedreiging voor de religieuze machtspositie van de leiders van het volk. 

Maar vanuit een goddelijk perspectief is hier veel meer aan de hand. Jezus ziet zelf dat de weg die Hij gaat een weg is die past bij zijn opdracht op aarde. Hij heeft een missie van zijn Vader gekregen om messias te zijn, om verlossend te leven, te lijden en te sterven, om de weg te gaan die niemand anders gaan kon. 

Hij had het ook al gezegd tegen zijn leerlingen, daar stonden we in een vorige preek bij stil, toen we Matteüs 16 lazen: “Vanaf die tijd begon Jezus zijn leerlingen duidelijk te maken dat Hij naar Jeruzalem moest gaan en veel zou moeten lijden door toedoen van de oudsten, de hogepriesters en de schriftgeleerden, en dat Hij gedood zou worden, maar op de derde dag uit de dood zou worden opgewekt.” 

En met andere woorden zegt Jezus het in het Johannes-evangelie, hoofdstuk 10: “Ik ben de goede herder. Een goede herder is bereid zijn leven te geven voor de schapen. (…) De Vader heeft Mij lief omdat Ik mijn leven geef. Niemand neemt mijn leven, Ik geef het zelf. Ik heb de macht om het te geven en om het weer terug te nemen – dat is de opdracht die Ik van mijn Vader heb gekregen.”

Dat dus. Jezus wil zijn leven geven om verlossing van zonden en schuld te brengen, om nieuw leven mogelijk te maken. 

D

Maar het menselijk perspectief blijft er ook. Want Jezus is ook maar een mens. Hij is zeker meer dan dat, maar beslist niet minder dat: een mens. Hij worstelt met wat Hem te doen staat, met wat er op Hem afkomt. En als ze dan op die plek zijn die Getsemane heet, zegt Jezus tegen zijn leerlingen: “Blijven jullie hier zitten, terwijl Ik ga bidden.” 

Petrus, Jakobus en Johannes lopen nog een stukje mee. Ze zien het en Jezus is er open over: Jezus is onrustig en angstig. En Hij geeft daar ook woorden aan: “Ik ben diepbedroefd, tot stervens toe. Blijf hier waken.” Doodsbang en vol onrust. Zo leren we Jezus ook kennen. Hij is niet iemand die zonder gevoel, stoïcijns en onaangedaan het lijden op zich neemt. Hij heeft het echt zwaar. Gelukkig heeft Hij een paar mensen om zich heen die Hij kan vragen om erbij te blijven, wakker en alert.

En dan loopt Hij iets verder om te bidden. Hij valt op de grond neer en zegt: “Abba, Vader, voor U is alles mogelijk, neem deze beker van Mij weg. Maar laat niet gebeuren wat Ik wil, maar wat U wilt.”

“Neem deze beker van Mij weg.” Wat zit er in die beker van Jezus? Het is de beker van verdriet, niet alleen zijn eigen verdriet maar het verdriet van de hele mensheid. Het is een beker vol pijn, lichamelijke pijn, mentale pijn, geestelijke pijn. Het is de beker van dorst, van marteling, van eenzaamheid, afwijzing en verlatenheid. Het is de beker vol bitterheid, de beker waar de profeet Jesaja een keer over zegt (51:17): “De HEER heeft je laten drinken uit de beker van zijn toorn; je hebt uit die kelk gedronken, de beker die je zo heeft bedwelmd tot de bodem leeggedronken.” 

Die beker gaat Jezus drinken. Hij wil het, maar Hij wil het ook niet. Hij kan het niet aan.Te veel pijn en schuld om te dragen, te veel lijden om te omarmen, te veel zonde en schuld van mensen om doorheen te leven. Hij voelt dat Hij die beker gevuld met intens verdriet niet kan drinken. 

En waarom kan Hij dan toch ook zeggen: “Maar laat niet gebeuren wat Ik wil, maar wat U wilt”? Waarom kan Hij uiteindelijk toch ja zeggen tegen het drinken van de beker? 

Dat is een diep geheim waarvan we denk ik in elk geval dit kunnen zeggen: Hij wist, Hij voelde dat er voorbij alle eenzaamheid en pijn en angst en verdriet die Hij in lichaam en geest ervaarde, nog steeds een band was met God, met zijn Vader, met degene die Hij “Abba” noemde. 

Jezus bezat een vertrouwen dat verder ging dan het verraad, een hoop die dieper afstak dan de wanhoop, een liefde die groter was dan de angst. Hij hoorde in zijn hart de stem die bij zijn doop had gezegd: “Jij bent mijn geliefde, Ik vind vreugde in jou.” 

E

Maar waar zijn intussen Petrus, Johannes en Jacobus? Ze zijn er nog wel, maar toch ook niet. Ze slapen. Jezus had gevraagd, want Hij had dat nodig, of ze wilden blijven waken, om met liefde en aandacht bij Hem te zijn om de last een beetje draaglijker te maken, maar ze slapen.

Eerst over Petrus: Jezus spreekt hem speciaal aan met deze woorden: “Simon (dat is de oude naam van Petrus), slaap je? Kon je niet één uur waken?” Je proeft de teleurstelling van Jezus. Zijn eenzaamheid wordt er nog dieper van nu zijn naaste vrienden het niet kunnen opbrengen om er bij te blijven en met Hem mee te lijden. 

“Blijf wakker en bid dat jullie niet in beproeving komen; de geest is wel gewillig, maar het lichaam is zwak.” Jezus brengt dus tegelijk ook nog begrip op. We zijn maar zwakke mensen. We schieten tekort in toewijding. Of zoals Paulus het later een keer opschrijft (Romeinen 7:19-20): “Ik wíl het goede wel, maar het goede doen kan ik niet. Want ik doe niet wat ik wil, het goede, maar juist wat ik niet wil, het kwade, dat doe ik. Maar wanneer mijn daden in strijd zijn met mijn wil, ben ik daar niet meer zelf de oorzaak van, maar de zonde die in mij woont.” 

Dat is wat ook Petrus gevoeld en gedacht moet hebben toen Jezus Hem aansprak. Hij zal zich vertwijfeld hebben afgevraagd: “Hoe kan het toch dat ik er wel wil zijn voor Jezus, maar dat het me niet lukt, dat ik juist nu in slaap val terwijl Jezus me vraagt wakker te blijven?” Wakker blijven, dat is de beker die Petrus nu moest drinken. Maar het lukt niet.

Mooi dat diezelfde Paulus ook zegt als vervolg op wat ik net voorlas: “Wie zal mij, ongelukkig mens, redden uit dit bestaan dat beheerst wordt door de dood? God zij gedankt, die ons redt door Jezus Christus, onze Heer.”

F

Maar Johannes en Jacobus zijn er ook bij. Zij zijn de twee leerlingen die eerder, we lazen het in Marcus 10, de vraag van Jezus te horen hadden gekregen: “Kunnen jullie de beker drinken die Ik moet drinken of de doop ondergaan die Ik moet ondergaan?” ‘De doop ondergaan’ betekent hier denk ik hetzelfde als ‘de beker drinken’. Het is een ander beeld voor ondergedompeld worden in tegenslag en moeite en pijn.

En de twee mannen die daar in Getsemane nu liggen te slapen, die hadden toen gezegd: “Ja, dat kunnen wij.” En Jezus reageert met woorden die duidelijk maken dat dat ook zal gebeuren. En het is later ook gebeurd. Johannes is later verbannen naar het eiland Patmos waar hij in eenzaamheid leefde. En Jakobus is vervolgd vanwege zijn geloof en met het zwaard gedood door Herodes. Zij hebben de beker gedronken.

Maar in Getsemane sliepen ze toen Jezus ze nodig had. Johannes, Jakobus en Petrus, de drie meest nabije leerlingen van Jezus, konden op dat moment in elk geval de beker niet drinken, de beker van de volharding en van het meedragen van het lijden van Jezus.

G

Wat betekent dit nu voor ons? We ontdekken in elk geval dat beproevingen en tegenslagen, en verdriet, lijden en pijn, bij het leven horen, ook bij het leven met Jezus. Het is niet zo dat als je gelovig bent of wordt, alles opeens goed gaat en er geen lijden en teleurstelling meer is. 

De God in wie we geloven, de Vader van Jezus Christus, is geen curling-God. Jullie kennen vast de uitdrukking curling-ouders wel, bekend geworden door de Luizenmoeder. Curling-ouders zijn vaders en moeders die heel hard aan het bezemen zijn om de weg voor hun kinderen zo glad mogelijk te maken, zonder hobbels en hindernissen, zonder tegenslagen en moeilijkheden. En misschien heb je wel meteen ouders in gedachten of voel je jezelf wat aangesproken omdat je er iets van herkent. 

Maar waar het me nu om gaat is dat ons beeld van God ook kan lijken op dat van een curling-ouder: God moet zorgen dat we geen problemen hebben, geen ziekte, geen tegenslagen, geen verdriet en geen pijn. God moet de hele tijd het pad dat voor ons ligt schoon bezemen.

Maar dat is niet de God die we leren kennen als we kijken naar Jezus. Zeker, God wil er zijn voor zijn kinderen, Hij is barmhartig en genadig en zorgzaam, en Hij gunt ons het leven in overvloed. Maar dat betekent niet dat het leven geen moeite en pijn en verdriet meer met zich meebrengt. En ook het leven met Jezus zal gaan kijken op het leven van Jezus: met pijn en verdriet, met zorgen en ziekte, met beproevingen en moeiten.

H

Hoe kunnen we daarmee omgaan? Hoe kunnen we de beker drinken. Ik wil daar tenslotte drie dingen over zeggen die ik leerde bij Henri Nouwen.

1 Houd de beker vast

Dat betekent: loop niet weg van je lijden. Het is er, ook als je je er tegen verzet of als je het niet onder ogen wilt komen. Houd de beker vast, want de beker heeft een plek in je leven. Geef er woorden aan, voor jezelf. Ja, je wilt die beker wel eens keihard weggooien, in de hoek smijten. Maar pak de beker vast en weet en ervaar dat je lijden deel uitmaakt van het leven omdat het ook deel uitmaakte van het leven van Jezus.

2 Hef de beker

Dat betekent: hef de beker omhoog naar God toe. Blijf niet alleen met je pijn, je verdriet, je ziek zijn, je worsteling, je diepe teleurstelling. Hef de beker, in gebed en in overgave, en realiseer je dat jouw lijden verbonden is met het lijden van de hele mensheid. Jij bent geen uitzondering. En weet dat Jezus je lijden kent en gedragen heeft. Hef de beker omhoog zodat ook andere mensen de beker kunnen zien en bij je kunnen komen en bij je kunnen zijn om het lijden met je mee te dragen zonder in slaap te vallen.

3 Drink de beker 

Dat betekent: als we ons lijden hebben erkend en samen met God en mensen om ons heen hebben omarmd, kunnen we door het te ondergaan, delen in het lijden van Jezus. We kunnen ons lijden ontdekken als een vindplaats van genade en bewogenheid. Het drinken van de beker kan worden tot een groeiproces in geloof, hoop en liefde door de pijn en het lijden heen. Een groeiproces in loslaten, zachtmoedig worden, en nederig.

I

Kun je de beker drinken? 

Op die vraag kan nooit een gemakkelijk ja klinken. Want het is moeilijk en het kost veel. Maar we zeggen vandaag: Jezus heeft de beker gedronken, in Getsemane, op zijn lijdensweg en aan het kruis. Zijn Geest is er nu om ons hetzelfde te leren doen.

Laten we nu een moment van persoonlijke bezinning hebben waarin we luisteren naar het lied ‘Getsemane’ van Sela. Als je het lied kent mag je ook gerust meezingen. Ontdek dat in het lied ook een beweging zit van een beker van bitterheid en lijden, naar een beker van vreugde en overvloed.


Gespreksvragen

  1. Wat herken je in hoe Jezus omgaat met de beker die Hij moet drinken?
  2. Wat is het unieke aan de beker die Jezus moest drinken?
  3. Hoe herken je jezelf in de reacties van Petrus, Johannes en Jakobus toen Jezus hen vroeg wakker te blijven?
  4. Hoe kun je omgaan met je eigen beker van lijden, tegenslag en verdriet? Zijn er voorbeelden uit je eigen leven die je wilt delen?
  5. Hoe kun je dat concreet doen: de beker vastpakken, de beker heffen en de beker drinken?
  6. Hoe kun je anderen ondersteunen en bijstaan ​​wanneer ze hun eigen beker van lijden vasthouden, omhoog heffen en drinken?
  7. Op welke manieren kun je jouw lijden en beproevingen zien als een bron van groei in geloof, hoop en liefde?
  8. Hoe kun je leren om niet weg te gaan van je eigen lijden, maar het te omarmen als een deel van het menselijk bestaan?

Stellingen

  1. Het omarmen van lijden en tegenslag is essentieel voor geestelijke groei en veerkracht!
  2. De beker die Jezus dronk is van een heel andere orde dan de beker die wij moeten drinken!

.